De setters worden onderverdeeld in: de Engelse setter, de Gordon setter, de Ierse setter, rood en de Ierse setter, rood en wit. Ze behoren allen tot de groep Engelse staande honden.
Een staande hond heeft bij de jacht als taak het (veer)wild op te sporen en door zijn houding aan te wijzen waar het wild zich ophoudt. Deze honden lijken een extra zintuig te hebben als het op hun werk aankomt. Hoewel sommige dieren soms niet zo snel leren, vergeten ze het geleerde nooit. De opmerkelijk gedragen staart is een prima hulpmiddel voor het evenwicht. Dat de hond tijdens zijn werk kwispelt, is een fabeltje. Het is fysiologisch gezien onmogelijk voor een rennende hond om tegelijk te kwispelen.
De setters dragen het hoofd hoog. Een geurspoor op de grond vertelt de jager waar de vogels geweest zijn, maar met het hoofd moet gewezen worden waar het wild nu is. De honden kunnen een redelijk terrein bestrijken – afhankelijk van de omstandigheden en hun ervaring – maar ze zullen altijd in contact met de baas blijven.



