Omschakelingsperiode:
Je hond heeft tijd nodig om zich aan te passen aan een nieuwe voeding. Om spijsverteringsproblemen te voorkomen moet de omschakeling geleidelijk gebeuren. Meng geleidelijk steeds meer nieuwe voeding door de oude volgens onderstaand schema:
Dag 1 en 2: 75% huidige voeding + 25% nieuwe voeding
Dag 3 en 4: 50% huidige voeding + 50% nieuwe voeding
Dag 5 en 6: 25% huidige voeding + 75% nieuwe voeding
Dag 7 en volgende: 100% nieuwe voeding
Ingrediënten:
Dierlijke vetten, tapioca, gedehydreerd gevogeltevlees, isolaat van plantaardige eiwitten*, rijst, maïsmeel, hydrolysaat van dierlijke eiwitten, plantaardige vezels, mineralen, visolie, bietenpulp, sojaolie, gist, L-lysine, L-arginine, natriumpolyfosfaat, L-tyrosine, taurine, hydrolysaat van schaaldieren (bron van glucosamine), eipoeder, L-carnitine, extracten uit groene thee (bron van polyfenolen), Tagetes (Afrikaan) extract (bron van luteïne), hydrolysaat van kraakbeen (bron van chondroïtine).
*L.I.P.: hoogwaardige eiwitten die zeer goed verteerbaar zijn.
Spieren hebben energie nodig
Het lichaam van een Duitse Dog bestaat voor 80% uit spieren. Daarnaast biedt zijn korte vacht maar weinig bescherming tegen de kou. Hij heeft daarom 50% meer energie nodig dan andere honden in zijn klasse. Ook staat de Duitse Dog niet bekend om zijn efficiënten vertering. Al deze eigenschappen maken de Duitse Dog tot een hond met speciale voedingsbehoeften.
Een zeer gevoelige spijsvertering
De Duitse Dog heeft een relatief kort spijsverteringskanaal. Daarnaast is bekend dat hij ook problemen kan hebben met het verteren. Deze twee zaken geven een grotere kans op slechte, slappe ontlasting. Bovendien vormt zijn diepe borstkas een extra risicofactor voor kanteling van de maag, een probleem dat veel voorkomt bij grote honden. Dit risico kan versterkt worden door te snel eten (onder andere als hij een te kleine brok krijgt).
Gewrichten belasten
Zijn indrukwekkende gestalte en zeer lange groeiperiode vergen veel van de gewrichten van de Duitse Dog. Zijn leven lang heeft hij perfect uitgebalanceerde voeding nodig, met precies de juiste hoeveelheid calcium.
Extra informatie:
Deze grote Molosser stamt waarschijnlijk af van de Tibetaanse Molosser, die door de Feniciërs in Europa is geïntroduceerd en vervolgens door een Perzisch nomaden volk, de Alainen. In de Middeleeuwen onderscheidde men twee Molosser variëteiten: De 'vriendelijke Allanten' die in groepen jaagden (everzwijn, wolven, beren). Deze honden waren sterk, behendig en slank. De 'slagers Allanten', honden met een zwaarder voorkomen, meer gedrongen, die als waakhond werden gebruikt. De directe voorouders van de Duitse Dog zijn de oude Bullebijter (vandaag de dag uitgestorven) gekruist met grote jachthonden die afstamden van de “vriendelijke Allanten”. Later duidden de namen 'Dog van Ulm', 'Deense Dog', 'Württemberger' en 'Grote Dog' verschillende typen honden aan. In 1878 werden alle variëteiten verenigd onder de naam 'Duitse Dog'. De rasstandaard is rond 1890 in Duitsland vastgelegd.
Karakter
De Duitse Dog staat bekend als de meest vredelievende Molosser. Een lieve, tedere, zachte, gevoelige, vriendelijke hond vooral met kinderen. Evenwichtig, rustig en blaft bijna nooit; hij wordt alleen agressief als de situatie hem ertoe dwingt. Waakzaam met een sterk eigendoms- en territoriumgevoel, hij blijft op afstand van vreemden en is wantrouwig. Onomkoopbaar, door zijn grootte een uiterst imponerende hond. Zijn opvoeding moet op jonge leeftijd beginnen, dient consequent maar geduldig te gebeuren.
Verzorging
Hij kan eventueel op een appartement wonen wanneer hij dagelijks voldoende beweging krijgt. Hij is sportief en heeft dus ruimte en beweging nodig. Zolang hij groeit mag men hem echter niet te zwaar belasten om gewrichts- en ligamentproblemen te vermijden. Zijn gemiddelde leeftijd is acht jaar, wat weinig is. Zijn vacht moet regelmatig geborsteld worden.
Gebruik
Waakhond. Gezelschapshond.
Schofthoogte
Reuen: minimum 80 cm. Teven: minimum 72 cm.
Gewicht
50-70 kg.
Zorg dat er altijd voldoende vers water voor je hond klaarstaat.



